Home » HISTORIE » oudheid » bronstijd, Egypte en Israel

BRONSTIJD  1500 v.C. de jongste zijn van  800 v.C.


ARDHARC

DE EGYPTENAREN

  • De Egyptische trompetten, genaamd SNB in hiërogliefen, werden van een geel metaal gemaakt en hadden een conische vorm en een tamelijk wijde beker. Ze waren ongeveer 60 cm lang en waren min of meer gestemd zoals onze moderne instrumenten: de grondtoon kan bij benadering C geweest zijn. Ze konden waarschijnlijk niet meer noten produceren dan deze; het hogere octaaf en zijn duodecime.
  • Ze hadden geen aangenaam geluid. Ze zijn voor het eerst afgebeeld ca. 1415 v.Chr., waarbij het instrument gebruikt wordt door soldaten. Het instrument diende echter niet alleen voor militaire doeleinden.

De uitvinder van deze trompet zou de god Osiris geweest zijn. Het instrument werd dan ook bij de verering van deze god gebruikt. Koning Amenhotep (1400 v.Chr.) kreeg van zijn collega Toesjratta 40 met goud beklede hoorns die waren ingelegd met edelstenen. In het graf van Toet-ank-amon zijn twee zilveren trompetten van 58 en 50 cm lang gevonden. Ze hebben een conisch verloop en een wijde beker, maar geen echt mondstuk. Men heeft echter wel een soort afronding een het uiteinde van de mondpijp gemaakt. DE ASSYRIËRS Dit gewelddadige volkje (1160-625 v. Chr.), dat in 670 v. Chr. op het hoogtepunt van hun macht stond, kende ook een trompet.

De Israeliërs

  • Uit het oude testament blijkt dat de trompet bij de Israëlieten alleen door de priesters bespeeld werd. In het vierde boek van Mozes hoofdstuk 10, vers 1 en 2, staat geschreven: "En de Heer sprak tot Mozes: Maak jezelf twee trompetten uit zilver ....".
  • De trompet gold als een heilig instrument. De kerkvaders identificeerden de klank van een trompet met de stem van een engel of de stem van God. Mozes schrijft in het tiende hoofdstuk van zijn boek nog het volgende over het gebruik van de trompet: "Ze worden gebruikt om alarm te blazen, bijeenkomsten aan te kondigen en dankoffers te begeleiden".
  • De trompet van de Israëlieten wordt de Hasosra genoemd en haar uiterlijke vorm kwam overeen met de Egyptische trompet. Zij wordt beschreven als een rechte buis, iets minder dan een ellepijp lang (45,72 cm) en eindigde in een uitlopende beker.
  • De trompet, Chazozra genaamd, werd op twee verschillende manieren aangeblazen, nl. gepraat en gebuzzd. Bij het praten komt het geluid uit de keel (stembanden) en dus een techniek zoals nu nog bij de kazoo het geval is. Buzzen is jargon voor het in trilling brengen van de lippen, zodat de omringende lucht ook gaat trillen. En trillende lucht betekent klank.

De Sjofar De sjofar is een gewone hoorn van een geit of een ram zonder mondstuk. Hij wordt gestoomd tot hij zacht is en dan geplet en scherp gebogen. Hij geeft slechts twee natuurtonen. Het is het enige in de Joodse eredienst van heden bewaard gebleven instrument.

  • De Etrusken De Etrusken waren een muziekliefhebbend volkje. Hun fluiten lokten het wild in de val en was tegelijkertijd een militaristisch instrument. De drie Romeinse trompetvoorgangers Tuba, Lituus en Cornu (zie De Romeinen) stammen van deze Etruskische instrumenten, die bij processies bespeeld werden. Hun waarzeggers geloofden, dat de trompet de wil van de Goden en zelfs het einde van de wereld verkondigden.

Deze trompet werd gebouwd van twee soorten materiaal:(1)tot aan 100 na Chr. van brons en als zodanig verwant aan de Keltische Karnyx, waarbij de beker een dierlijke kop uitbeeldde.

In het grote keizerrijktijdperk (tot aan 476 na Chr.) van een dierlijke hoorn gedecoreerd met zilver, zoals de buccina. Het schijnt dat dit instrument meer een religieuze en civiele dan een militaire functie had. Overgebleven trompetten zijn 78, 79,5 en 140 cm lang. De oervorm bestaat nog in Ethiopië en in de binnenlanden van Birma