Home » BLAAStechniek » ademhaling » 1. ademtechniek

1. Ademtechniek

 Het ademen:

De luchtweg bestaat uit

  • de neusholte, de keelholte,
  • het strottehoofd,
  • de luchtpijp en haar vertakkingen,
  • de longen en
  • de longblaasjes.                       

Bij het inademen wordt de borstkas wijder en stroomt de lucht de longen binnen. Een belangrijke inademingsspier is het middenrif, dat heet  diafragma. Dit is een spier die de buikholte van de borstholte scheidt. Door samentrekking plat het middenrif zich af en drukt de ribbenboog naar buiten, tegelijk perst het de buikingewanden naar beneden en naar buiten. 

De tussenribspieren houden de spanning tussen de ribben op peil, en zo wordt een negatieve druk gevormd en kan de lucht via de luchtweg toestromen. Bij het uitademen verslappen alle bovengenoemde spieren. Het middenrif herkrijgt zijn bolvorm en de borstkas zakt onder invloed van de zwaartekracht omlaag en drukt de longen leeg.

Bij de gewone oppervlakkige ademhaling wordt een halve liter lucht ingeademd en bij een zo diep mogelijke ademhaling kan men 1,6 tot 2 liter meer inademen 

  • Een trompettist moet leren gebruik te maken van de totale longcapaciteit. De longen en de borstkas zijn onder veel groter dan boven. Bovendien zijn er de zgn. zwevende ribben onderaan de ribbenkast. Deze zijn vrij om te bewegen.
  • Als je diep en laag inademt wordt de borstkas wijder en plat het middenrif af. Hierdoor kunnen de longen zich naar beneden toe vergroten. Bovendien bewegen de zwevende ribben zich naar buiten toe en kunnen de longen zich naar buiten toe vergroten. Dit noemt men de lage ademhaling.
  • Om goed laag in te kunnen ademen moeten de buikspieren ontspannen zijn. Wanneer het onderste gedeelte van de longen optimaal gevuld is, kan het bovenste gedeelte zich vullen. Hierbij zet de borstkas verder uit waardoor de ribspieren op spanning gebracht worden. Ze noemen dit ook wel de hoge ademhaling.

FOUTIEVE ADEMHALING/ SLECHTE TECHNIEK:

Dit doe je door je SCHOUDERS omhoog te halen of je BORSTKAST uit te zetten ! Hierdoor wordt juist het middenrif omhoog getrokken en de ruimte verkleind en wordt alleen de bovenste helft van de longen gebruikt.Bij een slechte ademtechniek komt er teveel druk op keel en hoofd en wordt de keel als het ware dichtgedrukt, keelpijn, heesheid en hoofdpijn zijn het gevolg.

GOEDE ADEMHALING/GOEDE TECHNIEK:

Door het MIDDENRIF dat aan de laagste ribben vastzit strak te trekken komt de buik iets naar voren. Bij een goede inademing zet de buik vanaf de oksels naar alle kanten uit.

1) Je hebt ingeademd zoals hierboven omschreven.

2) Nu moet je de adem vastzetten, zodat je er zolang mogelijk gebruik van kan maken.

  • De BUIKSPIEREN gaan nu de DRUK regelen,
  • de BORSTKAST blijft groot en gelijk van vorm.
  • De inademingsspieren houden de borstkast groot,zorgen dat de lucht gecontroleerd wordt afgegeven en niet ineens ontsnapt.

3) De lage buikspieren worden als eerste gespannen en duwen de lucht omhoog, verhogen de druk in de buikholte,

4) De grote rugspier spant zich en verhoogt de druk in de borstholte.

5) Na verloop van tijd als de buikholte "leeg" is wordt ook de borstkast kleiner. LET OP de BORSTKAST ZAKT NIET IN, omdat dan de druk op de lucht wegzakt.

Tip: Leg bij het zetten van de druk de druk naar de binnenkant van de borstkast en laag onder in de rug. Door je hoofd wat heen en weer te bewegen of even je schouders op te halen worden de nekspieren ontspannen.