Home » BLAAStechniek » embouchure » 6. binnen het mondstuk

6. Binnen het mondstuk

Het embouchure binnen het mondstuk

 Het lipweefsel binnen de mondstukring is tijdens het bespelen van de verschillende registers, constant aan veranderingen onderhevig. Met een normaal mondstuk zijn deze veranderingen niet (met het oog) waarneembaar, en ook moeilijk te voelen. De controle van het embouchure binnen het mondstuk gaat dan ook via het geluid. Als de toon over de verschillende registers goed blijft en het blijft comfortabel aanvoelen dan is het meestal wel in orde.

  • Een goede methode om het lipweefsel binnen de mondstukring te leren beheersen is de zogenaamde "Thinking up going down"- en "Thinking down going up" techniek".

We maken gebruik van de toonladder van G.Thinking up going down: Speel een middel G, goed in het tooncentrum en niet te hard. Denk vervolgens aan de hogere A maar speel de lagere F#. Doe hetzelfde naar E (daarbij denken aan G) en naar D (daarbij denken aan F#). Bij de D denk je aan de lagere C maar speelt de middel F#. Vanaf deze F# denk je steeds weer aan een hogere toon maar je speelt de lagere. Tot aan de C, daar denk je aan de lagere B maar speelt de hogere E. Ga zo door tot aan de laagste G, of eventueel nog verder door in het pedaalregister.

  • Bij het "Thinking down going up" speel je eerst weer de middel G en denkt dan aan de lagere F#, maar speelt de hogere A. Doe hetzelfde naar B (denken aan G) en naar C (denken aan A). Bij de C denk je aan de hogere D maar speelt de middel A. Dit proces herhaal je tot aan de G2. Je kan doorgaan tot in het hoge register maar het moet voor je embouchure comfortabel blijven. Denk er aan dat je tijdens deze oefening niet te hard speelt, bij forcering heeft de oefening geen zin, het werkt zelfs averechts.

Het is de bedoeling dat er tijdens de oefening geen veranderingen zichtbaar zijn in het embouchure. De methode werkt een embouchure in de hand wat, over het hele bereik van de trompet, gelijk blijft. Dit kan de speler, bijv. de nodige houvast en speelcomfort bieden voor het spelen van ingewikkelde (grote) intervalsprongen, of andere trompet-technische uitdagingen.