Home » HISTORIE » klassieken » 19e eeuw » Diverse modellen

1837

Flicorno

Saxtromba


 

 

MARSHOORN

1837

CLAVICOR

Dit instrument is helemaal cilindrisch gebouwd en heeft drie ventielen. Twee daarvan moesten met de rechterhand bespeeld worden en eentje met de linkerhand. De clavicor werd veel in militaire orkesten gebruikt

BUGEL KAVALERIE

 1838/1840

RIETCONTRABAS

ALTHOORN

  de althoorn (niet verwarren met de althoorn als familielid van de               saxhoorns) Dit instrument had zeven  buizen van verschillende lengte die bij   elkaar kwamen in een mondstuk.  

 

 

SUDROPHONE

  • Dit instrument had een membraan bij de beker. Dit zorgde voor een geluid als van een strijkinstrument. Het was in feite een soort mirliton. Sudrophones bestonden in verschillende groottes en zijn uitgevonden door de Parijse instrumentmaker François Sudre.
  • De sudrophone is een koperen instrument uitgevonden door François Sudre (1844-1912) in Parijs, de vorm lijkt op die van een ophicleïde .

Het werd gepatenteerd in 1892. Het heeft een cilindrische boring en vier kleppen Perinet . Its length is 86 cm and the bell diameter is 17 cm. De lengte is 86 cm en diameter van de klok is 17 cm.  De "valve" het dichtst bij de mondstuk op de leadpipe controles een membraan naar een nasale effect, dat maakt François Sudre ontworpen om het geluid van een cello of een viool te maken.  Het instrument is zeer vergelijkbaar met de bariton hoorn en Helicon .  Akoestisch deze leek op de saxhoorns, maar de vorm was anders als de belangrijkste stam was verdubbeld terug op zichzelf, het geven van een verticale uitstraling. Sudrophones inclusief een hulpmiddel, gebaseerd op een beweegbare zijde membraan, om de toon te wijzigen naar believen van de speler

CORNOFOON

TROMBONIUM


Herkulesophone eind 19e eeuw


JAZZOPHONE


 

 

 

DRAAIVENTIELEN 1900


SCHUIFTROMPET


De BASTROMPET

  • De bastrompet is ontstaan in het begin van de 19e eeuw door de snelle ontwikkeling van de cavalerie orkesten. De eerste van deze bastrompetten met ventielen werd in 1821 bespeeld door Belcke in Leipzig. Het instrument was uitgevonden door Stölzel en heette 'Chromatische Tenortrompetenbass. 

De stemming was in G en het instrument overtrof de tenortrombone voor wat betreft de volheid van toon. Volgens een rapportage leek het geluid meer op dat van een hoorn.

  • De Tenorbasshorn werd door Wieprecht in 1824 in één van zijn composities voor een cavalerie ensemble gebruikt. Ook Wagner ontdekte de bastrompet en schreef haar voor het eerst voor in 'Rheingold'.
  • Later werd de bastrompet ook in andere stemmingen gebouwd nl. Bes, Es en C.
  • Tegenwoordig wordt de bastrompet in C het meest gebruikt.