Home » BLAAStechniek » toonvorming » het lage register

het lage register

Het lage register levert meestal geen enkel probleem op voor de trompettist.

  • Het moeilijke echter is het verbinden van het hoge en het lage register zonder een breking in het geluid. Dit wordt meestal veroorzaakt door een te ontspannen embouchure in het lage register. Wanneer dat het geval is, en er wordt een stijgende lijn gespeeld, dan zal het in het middenregister plotseling moeten spannen en dat abrupte aanspannen van sommige spieren veroorzaakt een breking in het geluid.

Het lage register dient gespeeld te worden met een grote amplitude, een lichte embouchurespanning, een lage tong waardoor de mondholte wordt vergroot en soms met een kleine neerwaartse beweging van de onderkaak.

  • Door de tong laag te houden en de onderkaak iets te laten zakken ontstaat er een grote mondholte, die toelaat dat er veel lucht doorgelaten wordt en dat is nodig om de relatief grote lipuitslag te bewerkstelligen. Na een hoge passage zijn de lippen vaak een beetje gespannen, ook daarom is het belangrijk veel kracht door te laten bij het bespelen van een dalende passage.
  • Uiteraard is de ademsteun van groot belang. Als deze niet goed zit dan hoor je dat onmiddellijk in het geluid namelijk het wordt plat en levenloos en erg oncontroleerbaar.
  • De tonen die beneden de tonen liggen dan die waarvoor de trompet eigenlijk gemaakt is noemen we pedaaltonen. Deze moet je spelen met een sterk pucker embouchure.
  • Het studeren is in dit allerlaagste register erg bevorderlijk voor het gelijkschakelen van het embouchure over de verschillende octaven.

Men zegt wel dat je in de laagte hoog leert spelen. Bovendien is het redelijk ontspannend en bevordert het de bloedcirculatie. Belangrijk is dat de ademsteun ook in het pedaalregister intact moet blijven.